Roeien

Roeien is een sport waarbij met behulp van riemen een boot vooruit gestuwd wordt. Roeien onderscheidt zich van kanoën omdat de roeiers tegengesteld aan de vaarrichting kijken. Ook levert de boot het draaipunt voor de roeiriem, terwijl bij kanoën de peddel geen verbinding met de boot heeft.

Als sport kan roeien individueel of in ploegverband beoefend worden. Er zijn een aantal verschillende disciplines bij het roeien. In de skiff, een boot voor één persoon, wordt er altijd geroeid met twee riemen. Bij boten met twee of meer roeiers zijn er twee mogelijkheden. Of iedere roeier heeft één riem (boordroeien) of iedere roeier heeft twee riemen (scullen). In het grootste reguliere nummer, de acht met stuurman, wordt altijd geroeid met één riem per roeier.

naamtypeaantal
roeiers
stuurman
Skiff1x1nee
Dubbel twee2x2nee
Twee zonder2-2nee
Twee met2+2ja
Dubbel vier4x4nee
Dubbel vier met4x+4ja
Vier zonder4-4nee
Vier met4+4ja
Acht8+8ja
De × geeft scullen aan, oftewel twee riemen per roeier. De andere nummers zijn boordnummers.
De + , oftewel de met, slaat op een gestuurd nummer, in de boot is een stuurman of -vrouw aanwezig. Bij de andere nummers sturen de roeiers zelf.

Hierboven zijn de zogenaamde gladde boten opgesomd, de boten die gebruikt worden voor wedstrijden. Het zijn wankele bootjes (met name de skiff), die de nodige training vereisen om er zelfs maar in overeind te blijven. Voor het leren roeien zijn boten van het C-type (naar bouwwijze en maten: uit plaatmateriaal) de C1, C2 of C4 geschikter. Deze boten zijn minder wankel, zijn zwaarder en veiliger voor de beginnende roeier.

De wherry, in verschillende groottes, meestal de 2 of 4 met, is een overnaadse boot die nog stabieler is (overnaads vanwege de bouw uit overlappende planken). Het is een toerboot die beschikt over meer ruimte voor bijvoorbeeld het meenemen van bagage.
 

De bemanning

In alle boten -behalve de skiff- hebben de plekken in de boot een nummer. Nummering begint bij de boeg van de boot en eindigt achterin. De roeier voorin, ’op boeg’ heeft dus altijd nummer één. Er zijn drie speciale posities:

De slag zit geheel achter in de boot. Hij zit met zijn rug naar de overige roeiers, de anderen moeten exact zijn tempo volgen. De slag kan ook gemakkelijk communiceren met de stuurman indien de stuur achter in de boot zit. Het is de verantwoordelijkheid van de slag om gedurende een race een constant tempo te varen, en eventueel te versnellen wanneer dat door de stuurman aangegeven wordt. De slag is vaak de meest ervaren roeier van een boot.

De boeg zit helemaal voorin de boot, hij ziet de overige roeiers in de boot op de rug. In ongestuurde boten is de boeg meestal verantwoordelijk voor het sturen van de boot en voor het geven van commando’s. Er zijn ook boten waarbij de stuurman in de boeg ligt in plaats van achterin. In die boten moet de stuurman nog veel vertrouwen op communicatie met de boeg, hij kan immers achterop komend verkeer niet aan zien komen.

De stuurman/stuurvrouw stuurt de boot, moedigt de bemanning aan, geeft aan de bemanning door hoe ze in het veld liggen, geeft strategische commando’s, geeft aan wanneer er versneld moet worden

De Boot Getekend